Naar aanleiding van mijn eerdere persbericht “De seculiere illusie van neutraliteit: hoe het hoofddoekverbod voor boa’s een gerichte anti-islamagenda bevestigt”, waarin ik de discussie rondom het hoofddoekverbod voor boa’s plaatste binnen de bredere context van secularisme en het begrip ‘neutraliteit’, ontving ik vanuit de moslimgemeenschap verschillende reacties die aanleiding geven tot verdere verdieping.Een terugkerende opmerking was: “Waarom zouden wij ons hiermee bezighouden? Een moslimvrouw zal vanuit onze overtuiging toch geen functie als boa of politieagent nastreven.”
Deze reactie verdient aandacht. Niet omdat de discussie over welke functies een moslimvrouw wel of niet zou moeten vervullen onbelangrijk is, maar omdat de kern van deze kwestie ergens anders ligt. Het debat gaat niet slechts over een specifieke beroepskeuze, maar over de vraag hoe de samenleving omgaat met zichtbare islamitische uitingen en welke ruimte de Islam krijgt binnen het publieke domein.
Juist dat onderscheid is essentieel. Want maatschappelijke veranderingen ontstaan zelden door één afzonderlijke maatregel, maar vaak door een opeenvolging van keuzes, discussies en grenzen die geleidelijk verschuiven. Daarom is het belangrijk om deze kwestie niet geïsoleerd te bekijken, maar binnen de bredere discussie over de positie van islamitische uitingen in de samenleving.
Wanneer er gesproken wordt over een hoofddoekverbod voor boa’s, horen we soms ook vanuit de moslimgemeenschap de reactie: “Een moslimvrouw zal volgens onze overtuiging geen functie als boa of politieagent nastreven, dus waarom zouden wij ons hiermee bezighouden?” Vanuit de discussie over die specifieke functie kan die gedachte misschien begrijpelijk lijken. Maar wanneer we alleen naar de functie kijken en niet naar het grotere plaatje, lopen we het risico een veel belangrijkere ontwikkeling over het hoofd te zien.
De discussie gaat namelijk niet alleen over de vraag of een moslimvrouw wel of niet als boa wil of mag werken. Het gaat ook over de vraag hoe de overheid omgaat met zichtbare islamitische uitingen in de samenleving. De hoofddoek is voor een moslima niet zomaar een kledingstuk, maar een uiting van haar geloof, identiteit en gehoorzaamheid aan Allah (swt). Wanneer de overheid deze uiting in een bepaalde functie verbiedt, raakt dat daarom niet alleen de persoon die deze baan wil uitvoeren. Het raakt ook het bredere recht van moslims om hun geloof zichtbaar te beleven.
Daarom is het belangrijk om niet uitsluitend te kijken naar de specifieke beroepsfunctie die vandaag wordt besproken. De kern van deze discussie is niet alleen dat moslims door dergelijke maatregelen worden beperkt in de toegang tot bepaalde functies, maar ook dat een zichtbare islamitische uiting opnieuw wordt aangewezen als iets dat niet zou passen binnen het publieke domein. Vanuit dat perspectief raakt dit niet slechts één beroepsgroep, maar de bredere positie van de Islam en moslims in de samenleving.
Eerder ging het over de politie, nu gaat het over boa’s en in de toekomst kan dezelfde redenering worden toegepast op andere openbare functies, opleidingen of maatschappelijke posities die meer moslims direct raken. De kernvraag is dus niet alleen welke functie vandaag wordt beperkt, maar welke norm hiermee voor de toekomst wordt gevestigd.
Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf. In Nederland werd eerder een gedeeltelijk verbod ingevoerd op gezichtsbedekkende kleding, waardoor ook het dragen van de niqab in onder andere onderwijsinstellingen, het openbaar vervoer, overheidsgebouwen en zorginstellingen werd beperkt. Daarnaast keren discussies over halal slacht regelmatig terug en wordt ook daar een islamitische praktijk steeds opnieuw ter discussie gesteld. Het onderwerp verschilt per keer, maar de achterliggende beweging vertoont overeenkomsten: zichtbare islamitische praktijken worden steeds vaker behandeld als iets dat moet worden aangepast, beperkt of uit bepaalde delen van de publieke ruimte moet verdwijnen.
Dit sluit aan bij het bredere assimilatiebeleid waarover wij eerder een boek hebben geschreven: De Toekomst van Moslims in Nederland: na 20 jaar assimilatiebeleid (gratis te downloaden via hizb.nl. Van moslims wordt daarbij niet alleen verwacht dat zij de wet respecteren en vreedzaam deelnemen aan de samenleving. Er ontstaat steeds meer druk om islamitische normen, waarden en zichtbare uitingen aan te passen aan een seculiere norm.
Het secularisme wordt daarbij gepresenteerd als neutraal, terwijl het zelf ook een specifieke visie heeft op de mens, de samenleving en de plaats van religie. Wanneer die visie bepaalt welke religieuze uitingen zichtbaar mogen zijn, is er niet langer sprake van volledige neutraliteit, maar van het opleggen van één dominante kijk op de samenleving.
Ook ons zwijgen heeft gevolgen. Wanneer iedere nieuwe beperking zonder duidelijke reactie wordt ontvangen, kan dat bij politici en beleidsmakers de indruk wekken dat verdere stappen weinig weerstand zullen oproepen. Stilte kan daardoor onbedoeld ruimte geven om het beleid verder uit te breiden. Dit betekent dat bewustzijn en betrokkenheid noodzakelijk zijn.
Dergelijke ontwikkelingen vinden meestal niet in één keer plaats. Ze ontstaan stap voor stap. Eerst gaat het om een kleine groep of een specifieke situatie, daarna wordt dezelfde redenering toegepast op een nieuw terrein. Wat vandaag als een beperkte uitzondering wordt ingevoerd, kan morgen als algemeen uitgangspunt worden gebruikt.
In verschillende landen rondom Nederland bestaan al vergaande beperkingen op het dragen van de hoofddoek en andere islamitische uitingen. Het is daarom niet ondenkbaar dat Nederland zich in dezelfde richting zal bewegen. Juist daarom is het belangrijk dat moslims alert blijven, zich inhoudelijk uitspreken en zich verenigen wanneer fundamentele islamitische uitingen onder druk komen te staan.
Vandaag gaat het misschien niet over een functie die jij zelf zou kiezen. Maar het gaat wel over de ruimte die de Islam en moslims in de samenleving krijgen. Daarom verdient deze ontwikkeling onze aandacht, onze betrokkenheid en een gezamenlijke, principiële reactie.
Okay Pala Mediawoordvoerder Hizb ut Tahrir Nederland