25 jaar na het begin van de zogenaamde ‘war on terror’
11 september 2001 markeerde het begin van de zogenaamde ‘war on terror’. Die oorlog is vanaf het eerste moment een dekmantel geweest voor de oorlog tegen de Islam. Zij heeft gefungeerd als katalysator voor het westerse buitenlands beleid én voor het anti-islambeleid in Nederland.
Vijfentwintig jaar na de gebeurtenissen van 11 september reiken de gevolgen veel verder dan alleen het buitenlandbeleid van het Westen. De moslimgemeenschap in Nederland en de rest van Europa wordt geconfronteerd met een allesomvattende en allang niet meer subtiele druk om haar islamitische identiteit op te geven. Dit assimilatiebeleid gaat niet over het leren van de taal of het overnemen van gebruiken, maar over het opgeven van onze kernwaarden en overtuigingen.
Het afgelopen jaar is die druk verder zichtbaar geworden. Terwijl wij hier de ‘battle of hearts and minds’ voeren, worden onze broeders en zusters elders in de wereld fysiek aangevallen. In Gaza is een hele bevolking verwoest onder het oog van regeringen die spraken over “terrorismebestrijding”. In Irak en Afghanistan werden honderdduizenden gedood op basis van leugens, valse voorwendselen en niet-bestaande massavernietigingswapens, terwijl rode lijnen keer op keer straffeloos werden overschreden. In China zijn Oeigoerse moslims op grote schaal opgesloten in kampen, door Peking uitdrukkelijk gerechtvaardigd als “terrorismebestrijding”, in precies de taal die na 2001 wereldwijd gangbaar is gemaakt. Van Palestina tot Myanmar en van Syrië tot Jemen: het zijn geen losse tragedies, maar hoofdstukken van eenzelfde hetze tegen Islam en de moslims.
Het kapitalistische en seculiere gedachtegoed blijft moslims zien als een bedreiging voor zijn hegemonie en voert actief beleid om onze islamitische identiteit te ondermijnen. Dat wordt aangejaagd door internationale gebeurtenissen en een door het Westen aangewakkerde angst voor het concept van een ‘politieke islam’. De gemeenschap wordt verdeeld in ‘aanvaardbare’ en ‘onaanvaardbare’ moslims: wie zich schikt naar de status quo wordt geaccepteerd; wie vasthoudt aan de Islam en zich blijft uitspreken over Palestina, Irak of Afghanistan, verliest die acceptatie. Het grootste gevaar is dat wij deze opgelegde mindset zelf overnemen en onder druk onze Islam verwateren tot een versie die wél wordt geaccepteerd.
Wie meent dat deze druk de komende jaren zal afnemen, vergist zich. Kijk slechts naar de ontwikkelingen om ons heen. In Frankrijk wil het RN inmiddels zelfs het dragen van de islamitische hoofddoek in de openbare ruimte verbieden en beboeten. In België wordt de hoofddoek op steeds meer plekken binnen onderwijs en overheid geweerd. En ook in Nederland wordt de ruimte verder ingeperkt, onder meer door pogingen om zichtbare religieuze uitingen, waaronder de hoofddoek, voor geüniformeerde boa’s landelijk te verbieden. Wat twintig jaar geleden nog aan de politieke rand stond, schuift steeds verder op richting regulier beleid. De ontwikkeling is niet milder geworden, maar scherper.
In een tijd waarin moslims wereldwijd te maken hebben met zowel fysieke als mentale oorlogvoering, is het essentieel dat wij ons verzetten tegen assimilatie en opkomen voor onze islamitische waarden. Nu, meer dan ooit, moeten wij ons bewust zijn van deze gevaren, standvastig blijven in onze Islam en ons verenigen met de wil van Allah.
Mediabureau Hizb ut Tahrir Nederland