Verbod op de Moslimbroederschap: veiligheid of ideologische controle?
De Tweede Kamer heeft zojuist een motie aangenomen die de Moslimbroederschap en ‘gelieerde organisaties’ in Nederland wil verbieden. Dit wordt gepresenteerd als een dringende veiligheidsmaatregel tegen een beweging die de sharia zou willen invoeren. Maar wie de retoriek doorprikt en kijkt naar feiten, context en de Franse blauwdruk waar expliciet naar wordt verwezen, ziet iets anders: een systematische aanval op islamitisch en politiek bewustzijn van moslims.
De Franse lijn, waar expliciet naar wordt verwezen en waarvan ook de motie zelf termen overneemt, is hierin veelzeggend. Onder het mom van het bestrijden van “separatisme” heeft Frankrijk een model ontwikkeld waarin niet alleen daden, maar vooral denkbeelden van de moslims worden aangepakt. Talloze moskeeën zijn gesloten, organisaties ontbonden en instellingen onder toezicht geplaatst. Niet vanwege bewezen strafbare feiten, maar vanwege vermeende invloed, overtuigingen of vage termen zoals “langetermijninfiltratie”.
Deze aanpak wordt nu verder genormaliseerd in andere Europese landen, waaronder Nederland. Zowel Kamerleden als de AIVD erkennen dat de Moslimbroederschap in Nederland geen formele organisatie is. Volgens hen is er geen duidelijke structuur, geen ledenbestand en geen juridische entiteit die eenvoudig verboden kan worden. Bovendien heeft de AIVD herhaaldelijk aangegeven dat er geen directe dreiging van uitgaat.
En toch wordt er gesproken over een verbod. Dat roept een fundamentele vraag op: wat wordt hier eigenlijk verboden? Als er geen concrete organisatie bestaat, blijft er slechts een label over. Een breed en rekbaar containerbegrip dat flexibel kan worden ingezet tegen uiteenlopende vormen van islamitische denkbeelden, activisme en zelforganisatie. Dit mechanisme is niet nieuw. Eerder werd “salafisme” op dezelfde manier gebruikt. Vandaag zien we datzelfde patroon terug, ditmaal onder de noemer “Moslimbroederschap”.
In dat licht wordt duidelijk dat het hier niet werkelijk gaat om de Moslimbroederschap als concrete organisatie, maar om iets breders. De term “Moslimbroederschap” fungeert als label waarmee islamitische denkbeelden en standpunten worden geframed en bestreden. Wat onder deze noemer wordt aangewezen, raakt in de praktijk alle moslims. Daarmee wordt niet zozeer een organisatie aangevallen, maar een islamitisch wereldbeeld dat zichtbaar en breed gedragen wordt in de moslimgemeenschap.
Bovendien wordt het label bewust gekoppeld aan Hamas, “terreur” en “veiligheid”. Daardoor wordt elke kritiek op de zionistische bezettingsstaat of steun aan Palestina direct in het frame van extremisme, infiltratie en antisemitisme geduwd. Inhoudelijke discussie wordt zo vervangen door stigmatisering.
Hiermee probeert men een juridische basis te leggen om zowel de islamitische identiteit als politieke standpunten, opinies en activiteiten, structureel te begrenzen, en tegelijkertijd kritisch tegengeluid, tegen de bezetting en onrecht van Westerse landen in de islamitische wereld, te neutraliseren.
Maar juist deze koers zal het tegenovergestelde effect hebben. Het zal het bewustzijn onder moslims vergroten en hun motivatie versterken om zich uit te spreken tegen onrecht: in Nederland én daarbuiten.
Okay Pala Mediavertegenwoordiger Hizb ut Tahrir Nederland