TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Leiding en Dwaling (Hoeda wa Dalaala)

Hoeda betekent taalkundig ‘Rashaad (integriteit van gedrag)’ en ‘Dalaalah (de weg wijzen)’. Er wordt gezegd; ‘hij wees hem naar de dien’ wat wil zeggen ‘hij leidde hem naar Leiding’, en ‘ik wees hem de weg en het huis’ wat wil zeggen ‘ik informeerde hem’. Dzalaal is het tegenovergestelde van Rashaad. Hidaajah, volgens de Shar'a, is geleid te worden tot Islam en erin te geloven. En Dzalaal, volgens de Shar'a is afwijking van Islam. Hiernaar verwijst de uitspraak van de Profeet (saw): “Voorwaar mijn Ummah zal het niet eens worden over dhalaalah.” Allah (swt) heeft het Djannah (Paradijs) voor de moehtadien (degenen met Hidaajah) en het Naar (Vuur) voor de Dhaalleen (degenen met dwaling) gemaakt. Dat wil zeggen, Allah (swt) zal de moehtadi (degene met Hidaajah) belonen en zal de dzaall (degene met dwaling) bestraffen. Dus de  relatie van beloning of bestraffing met Hoedaa of Dzalaal wijst erop dat Hidaajah en Dzalaal van de handelingen van de mens zijn en niet van Allah (swt). Als ze kwamen van Allah (swt) vanwaar dan de beloning voor Hidaajah en de bestraffing voor Dzalaal? Omdat dit er toe leidt onrecht (Dzulm) toe te schrijven aan Allah (swt), daar als Hij iemand straft die Hij heeft laten dwalen, Hij hem onrecht heeft aan gedaan. Hij is hier ver verheven boven, Hij (swt) zei:

"En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren." (VBK soera Foessilat 41, vers 46)

 

"Ik ben in het geheel niet onrechtvaardig jegens Mijn dienaren" (VBK soera Kahf 18, vers 29)

Echter, er zijn verzen die erop wijzen dat Hidaajah en Dzalaal moet worden toegeschreven aan Allah (swt), dus wordt eruit begrepen dat Hidaajah en Dzalaal niet van de dienaar (mens) zijn, maar enkel van Allah (swt). Andere verzen wijzen erop dat Hidaajah, Dzalaal en Idzlaal (iemand laten dwalen) moeten worden toegeschreven aan de dienaar, dus wordt eruit begrepen dat Hidaajah en Dzalaal van de mens zijn. Al deze verzen moet vanuit een legislatief begrip worden begrepen, wat inhoud dat men de legislatieve werkelijkheid waarvoor zij zijn verordend beseft. Als duidelijk wordt dat het toeschrijven van Hidaajah en Dzalaal aan Allah (swt) een andere betekenis heeft dan het toeschrijven van Hidaajah en Dzalaal aan de mens, en elk zich richt op een ander aspect dan de ander, en dit maakt de legislatieve betekenis volledig duidelijk. De verzen die misleiding en begeleiding toe te schrijven aan Allah (swt) zijn expliciet in dat Allah (swt) het is Wie leidt en Hij is het Die doet dwalen. Hij (swt) zei:

“Zeg: ‘Allah laat diegene dwalen die Hij wil en leidt tot Zichzelf degene die berouw toont." (VBK soera Ar Rad 13, vers 27) Hij (swt) zei:

"Hij doet dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil." (VBK soera Fatir 35, vers 8) Hij (swt) zei:

"Dan laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil" (VBK soera Ibrahim 14, vers 4) Hij (swt) zei:

"Maar Hij laat hem die wil dwalen en leidt hem die dit wenst" (VBK soera An Nahl 16, vers 93) Hij (swt) zei:

"Wie Allah ook wenst te leiden, Hij verruimt zijn hart voor de Islam en wie Hij wenst te laten dwalen, zijn hart maakt Hij eng en gesloten alsof hij een hoogte aan het beklimmen was." (VBK soera Al An'am 6, vers 125) Hij (swt) zei:

"Allah laat wie Hij wil dwalen en Hij plaatst op het rechte pad wie Hij wil." (VBK soera Al An'am 6, vers 39) Hij (swt) zei:

"Allah is het, Die tot de waarheid leidt" (VBK soera Joenoes 10, vers 35) Hij (swt) zei:

"Alle lof komt Allah toe, Die ons hiertoe heeft geleid. En als Allah ons niet had terechtgewezen, hadden wij geen leiding kunnen vinden" (VBK soera Al ‘Araf 7, vers 43) Hij (swt) zei:

"Hij die door Allah wordt geleid, wordt juist geleid doch degene, die Hij laat dwalen, voor hem zult gij stellig geen vriend en leidsman vinden" (VBK soera Al Kahf 18, vers 7) Hij (swt) zei:

"Waarlijk, gij zult hen die gij wilt niet kunnen leiden, maar Allah leidt wie Hij wil; en Hij kent hen het beste die geleid willen worden." (VBK soera Al Qasas 28, vers 56)

Dus in de bewoording (mantoeq) van deze verzen zijn er duidelijke indicaties zijn dat Allah Degene is Die Hidaajah en Dzalaal verricht, en niet de dienaar. Dit betekent dat de dienaar niet op zich zelf leiding kan vinden, maar hij wordt geleid wanneer Allah (swt) hem leidt, en als Hij hem laat dwalen dwaalt hij. Deze betekenis komt met indicaties (qaraa'in) welke de betekenis dat aanname van Hidaajah en Dzalaal van Allah (swt) komt veranderen naar een andere betekenis, namelijk dat de schepping van Hidaajah en de schepping van Dzalaal van Allah (swt) komt, maar degene die de Hidaajah en Dzalaal aanneemt de dienaar zelf is. Wat betreft deze indicaties (qaraa'in), er zijn Sjar'i en  intellectuele indicaties. Wat betreft de Sjar'i indicaties; vele verzen die werden geopenbaard schrijven Hidaajah, Dzalaal en Idzlaal toe aan de dienaar. Hij (swt) zei:

"Hij die deze leiding volgt, volgt haar ten bate van zijn eigen ziel en wie dwaalt, dwaalt ten nadele van haar" (VBK soera Joenoes 10, vers 108) Hij (swt) zei:

"Hij die dwaalt kan u niet schaden wanneer gij juist geleid zijt" (VBK soera Al Maida 5, vers 105) Hij (swt) zei:

 '. Dus wie de leiding neemt, het is alleen ten bate van hem zelf' (VBK soera Az Zoemar 39, vers 41) Hij (swt) zei:

"Dezen zijn het, die de rechte weg volgen" (VBK soera Al Baqara 2, vers 157) Hij (swt) zei:

"En de ongelovigen zullen zeggen: ‘Onze Heer, toon ons degenen der djinn en der mensen die ons deden dwalen'." (VBK soera Foessilat, vers 29) Hij (swt) zei:

"Zeg: ‘Als ik dwaal, dwaal ik slechts door mijzelf'." (VBK soera Saba 34, vers 50) Hij (swt) zei:

"Wie is dan onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah bedenkt om de mensen zonder kennis te doen dwalen" (VBK soera Al An'am 6, vers 144) Hij (swt) zei:

“Onze Heer  zodat zij van Uw pad afdwalen” (VBK soera Joenoes 10, vers 88) Hij (swt) zei:

"En slechts de schuldigen deden ons dwalen." (VBK soera Asj Sjoaraa 26, vers 99) Hij (swt) zei:

“Saamiri heeft hen doen dwalen.  (VBK soera Taa Haa 20, vers 85) Hij (swt) zei:

"Onze Heer, dezen deden ons dwalen" (VBK soera Al ‘Araf 7, vers 38) Hij (swt) zei:

"Een deel der Mensen van het Boek zou u gaarne willen doen dwalen, maar zij doen niemand dwalen dan zichzelf; en zij beseffen het niet." (VBK soera Al Imraan 3, vers 69) Hij (swt) zei:

 "Want als Gij hen achterlaat zullen zij Uw dienaren op een dwaalspoor leiden" (VBK soera Noeh 71, vers 27) Hij (swt) zei:

"Voor ieder die hem tot vriend neemt is verordend, dat hij hem zal verleiden en naar de straf van het Vuur voeren" (VBK soera Hadj 22, vers 4) Hij (swt) zei:

"En Satan wenst hen ver van het rechte pad te doen afdwalen." (VBK soera An Nisa 4, vers 60)

Dus in de bewoording (mantoeq) van deze verzen is er een duidelijke betekenis dat de mens degene is die Hidaajah en Dzalaal verricht, dus hij dwaalt af en hij doet anderen dwalen, en dat ook de Sjajtaan mensen doet dwalen. Dus Hidaajah en Dzalaal moeten worden toegeschreven aan de mens en Sjajtaan, en de mens zelf leidt en zelf dwaalt. Dit is een indicatie (qarinah) dat het toeschrijven van Hidaajah en Dzalaal aan Allah (swt) niet een is van aanname, maar een van schepping. Als de verzen bij elkaar geplaatst worden en met een legislatieve begrip worden begrepen, dan wordt de afwijking van het ene aspect van het andere aspect duidelijk, dus de ayah zegt:

"Allah is het, Die tot de waarheid leidt" (VBK soera Joenoes 10, vers 35) En de ayah zegt:

"Hij die deze leiding volgt, volgt haar ten bate van zijn eigen ziel en wie dwaalt, dwaalt ten nadele van haar" (VBK soera Joenoes 10, vers 108)

De eerste duidt erop dat Allah (swt) degene is die leidt (hadaa) en de tweede duidt erop dat de mens degene is die leidt (ihtidaa). Hidaajah van Allah (swt) in de eerste ayah is de creatie van de Hidaajah in de mens, d.w.z. het teweegbrengen van de ontvankelijkheid voor Hidaajah. Het tweede vers geeft aan dat de mens degene is die gebruikt wat Allah (swt) in hem heeft geschapen in termen van de ontvankelijkheid voor Hidaajah dus leidt hij. Dat is de reden waarom Hij (swt) zegt in een andere ayah:

"Hebben Wij hem dan niet de twee wegen getoond?" (VBK soera Al Balad 90, vers 10)

Dit betekent het pad van het goede en het pad van het kwaad. Met andere woorden: “Wij hebben in hem de ontvankelijkheid voor Hidaajah gegeven, en voor hem het aannemen van leiding gelaten aan zichzelf. Dus deze verzen die Hidaajah en Dzalaal toe te schrijven aan de mens zijn een shara'i indicatie (qarina shar'ijjah) erop duidend dat het aannemen van de leiding verschuift van Allah (swt) naar de dienaar. Wat betreft de rationele indicatie (qarinah aqliyyah), Allah (swt) legt de mensen rekenschap af, dus Hij beloond degene met leiding en bestraft de dwalende, en hij heeft de  Verekening (Hisaab) gerelateerd aan handelingen van de mens. Hij (swt) zei:

"Wie goed doet, doet dit voor zijn eigen ziel; en wie kwaad bedrijft, het is er tegen. En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren." (VBK soera Foessilat 41, vers 46) Hij (swt) heeft gezegd:

"Wie ter grootte van een atoom goed deed, zal dit aanschouwen. En wie ter grootte van een atoom kwaad deed, zal ook dat aanschouwen." (VBK soera Az Zalzala 99, vers 7 - 8) Hij (swt) zei:

"Maar hij die goede werken verricht en gelovig is, behoeft geen ongerechtigheid of verlies te vrezen." VBK soera Taha 20, vers 112) Hij (swt) zei:

"Wie kwaad doet zal er voor worden gestraft en hij zal buiten Allah vriend, noch helper vinden." (VBK soera An Nisa 4, vers 123), Hij (swt) zei:

"Allah belooft de huichelaars, mannen en vrouwen en de ongelovigen het Vuur der hel, waarin zij zullen vertoeven" (VBK soera At Tauba 9, vers 68)

Want als de betekenis wordt dat de aanname van Hidaajah en Dzalaal toegeschreven worden aan Allah (swt), dan is Zijn straf voor de kaafir, moenafiq en zondaar onrecht. En Allah (swt) is ver Verheven hierboven. Dus de betekenis moet veranderd worden naar iets anders dan het uitvoeren hiervan, en dat is de creatie van de Hidaajah uit het niets en het helpen van de mensen hier naar toe. Dus degene die de Hidaajah en Dzalaal aanneemt is de dienaar, en daarom wordt hij er voor verrekend.

Dit wat betreft de verzen waarin Hidaajah en Dzalaal wordt toegeschreven aan Allah (swt). Wat betreft de verzen waarin Hidaajah en Dzalaal gelinkt is aan Zijn wens (Masjie’ah):

"Hij doet dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil " (VBK soera Fatir 35, vers 8)

De betekenis van Masjie’ah hier is Iraadah (wil). De betekenis van deze verzen is dat niemand zichzelf geforceerd leidt tegen de wil van Allah (swt) in, en dat niemand geforceerd dwaalt tegen Zijn wil in. Degene die leiding vind is degene die zichzelf leidt met de Iraadah van Allah (swt) en zijn Masjie’ah, en degene die dwaalt doet dit met de wil van Allah (swt).

Resterend is de kwestie van de verzen waaruit wordt begrepen dat er mensen zijn die nooit zullen worden geleid, zoals Zijn (swt) uitspraak:

"Zeker, zij die (de Waarheid) verwerpen, het is hun om het even, of gij hen waarschuwt, of dat gij hen niet waarschuwt - zij zullen niet geloven. Allah heeft hun hart en oren verzegeld en over hun ogen is een sluier; hun wacht een zware straf." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 6 - 7) En Zijn (swt) uitspraak:

"Neen, . Maar op hun hart is Ran (bedekking van zonden en slechte daden)" (VBK soera al Moetaffifien 83, vers 144) Hij (swt) zei:

"En er werd aan Noach geopenbaard: ‘Niemand onder uw volk zal geloven, dan degenen die reeds hebben geloofd; treur daarom niet over hetgeen zij doen'." (VBK soera Hoed 11, vers 36)

Deze verzen zijn berichtgeving van Allah (swt) aan Zijn Profeten over bepaalde volkeren dat zij niet zullen geloven, dus dit valt onder de Kennis ('ilm) van Allah (swt). De betekenis ervan is niet dat er een groep die zal geloven en een groep die niet zal geloven. Integendeel, ieder mens heeft de ontvankelijkheid voor Imaan. De Boodschapper en de da'wah dragers na hem zijn geboden om de mensheid in zijn geheel uit te nodigen tot Imaan. Het is absoluut niet toegestaan ​​voor de moslim om te wanhopen over iemands Imaan. Met betrekking tot de voorafgaande kennis van Allah dat iemand niet zal geloven, Allah (swt) weet het omdat Zijn Kennis alles omvat. Voor hetgeen waarover Allah (swt) ons niet heeft laten weten wat Hij weet, hierover kunnen we niet oordelen. De Profeten hebben niet geoordeelt dat iemand niet zal geloven, behalve nadat Allah (swt) hen (as) hierover had bericht.

Wat betreft de uitspraak van Allah (swt):

"Hij die deze leiding volgt, volgt haar ten bate van zijn eigen ziel en wie dwaalt, dwaalt ten nadele van haar" (VBK soera Joenoes 10, vers 108)

 Allah leidt het onrechtvaardige volk niet. "(VBK , soera Al Imraan 3, vers 86) En Zijn (swt) zegt:

"En Allah leidt het ongelovige volk niet." (VBK soera Al Baqara 2, vers 264)

"Als gij (profeet) begerig zijt dat zij geleid zullen worden, weet dan dat Allah voorzeker degenen niet leidt, die (zich zelve) doen dwalen." (VBK soera An Nahl 16, vers 37)

Voorzeker, Allah leidt hem die buitensporig en een grote leugenaar is, niet." "(VBK , soera Al Moe’min 40, vers 28)

Deze verzen betekenen dat Allah (swt) hen niet de Hidaajah toereikt, gezien het toereiken van verzoenen komt van Allah (swt). De Faasiq, Zhaalim, Kaafir, Dzaall, Moesrif en Kadhdhaab, worden alle gekenmerkt door attributen strijdig zijn met leiding, en Allah (swt) zal degenen net dergelijke attributen niet de Hidaajah toereiken. Dit komt omdat het toereiken van Hidaajah het voorzien van de aanleidingen ertoe is voor de mens. Voor degene die gekenmerkt wordt met deze attributen zullen de aanleidingen van Hidaajah er niet voor hem zijn, in plaats daarvan echter de aanleidingen zullen er aanleidingen voor Dzaall zijn. Dit is duidelijk in Zijn (swt) uitspraak:

"Leid ons op het rechte pad" (VBK soera Al Fatiha 1, vers 6)

"En leid ons naar het rechte pad."  (VBK soera Al Fatiha 1, vers 6)

 

Dus help ons opdat wij worden geleid, dat wil zeggen facaliteer voor ons de aanleidingen voor deze Hidaajah.

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië